Waarom ‘nieuwe woonstijlen’ niemand nog overtuigen – en wat de consument écht wil
Op het eerste gezicht leek het alsof het toonaangevende Salone del Mobile 2026 opnieuw bol stond van vernieuwing. Maar wie iets langer keek, merkte al snel iets op.

Wat in Milaan duidelijk werd, is dat fabrikanten steeds vaker dezelfde esthetiek in een ander jasje steken. Zachte vormen, warme kleuren, houtaccenten en comfortabele opstellingen vormen nog altijd de kern van veel collecties. Daarbovenop worden accenten gelegd met hoogglans, metaal of glas – maar zelden gaat het om een echte stijlbreuk.
Toch krijgen die vertrouwde interieurs nieuwe labels: soft living, warm minimalisme, zelfs healing home. Namen die vooral ontworpen lijken voor sociale media, niet voor de realiteit in de woonkamer. Ze moeten uniek ogen, beter scoren online en een gevoel van vernieuwing creëren – zonder dat er fundamenteel iets verandert.
De consument haakt af
Hier wringt het schoentje. De gemiddelde consument denkt niet in termen van woonstijlen zoals de sector dat doet. Integendeel: labels werken vaak beperkend. Wie kiest voor “design”, voelt zich soms uitgesloten van warmte. Wie “landelijk” hoort, denkt misschien aan ouderwets. Terwijl die grenzen in de praktijk allang vervaagd zijn.
Sterker nog: wat voor de ene consument “design” is, voelt voor de andere juist “landelijk” aan. Dat maakt de wildgroei aan nieuwe termen niet alleen overbodig, maar ook verwarrend.
In fysieke winkels – waar nog altijd het overgrote deel van de aankopen gebeurt – wordt dat probleem tastbaar. De consument ziet gelijkaardige meubels, gepresenteerd onder verschillende noemers. Het resultaat? Twijfel. En twijfel leidt vaak tot uitstel.
Geen stijl, maar keuzes
Wat wil de consument dan wel? Geen opgelegde stijl, maar concrete handvatten. Geen labels, maar vrijheid.
De echte vraagstukken in de winkel zijn verrassend eenvoudig:
- Past deze kleur in mijn ruimte?
- Voelt dit materiaal goed aan?
- Werkt deze opstelling voor mijn gezin?
Consumenten denken in combinaties, niet in categorieën. Ze willen kunnen mixen zonder het gevoel te hebben dat ze “fout” zitten binnen een bepaalde stijl.
Van trenddenken naar mensdenken
De sector lijkt vast te zitten in een paradox: men wil vernieuwen zonder risico te nemen. Dus verandert men de taal, niet het product. Maar taal alleen is niet genoeg om een consument te overtuigen – zeker niet wanneer die consument vooral op zoek is naar herkenning en vertrouwen.
Misschien ligt de oplossing niet in nóg een nieuwe term, maar in een andere benadering. Minder focus op trends en stijlen, meer aandacht voor hoe mensen écht wonen. Hoe ze ruimtes gebruiken, hoe hun leven verandert, en hoe interieur daarin mee evolueert.
Echte vernieuwing is eenvoudiger dan gedacht
De ironie is dat echte vernieuwing niet per se spectaculair hoeft te zijn. Ze zit vaak in kleine, duidelijke keuzes: een onverwachte kleurcombinatie, een slim materiaalgebruik, een andere manier van indelen.
Geen “healing home”, maar gewoon een plek waar je je goed voelt.
En misschien is dat precies waar de consument vandaag naar op zoek is.
